De Europese Unie is op dit moment met veel landen in gesprek om handelsovereenkomsten aan te gaan. De instabiliteit en de eindeloze dreigementen met invoerheffingen vanuit de Verenigde Staten spelen hier een grote rol in. Op 9 januari 2026 heeft de Europese Unie een politiek akkoord bereikt met de Mercosur-landen en op 27 januari 2026, na maar liefst 20 jaar (!) onderhandelen, met India.
Importeurs die hun goederen uit India halen en douanevertegenwoordigers die aangifte maken voor goederen uit India, weten dat het al zeer lange tijd mogelijk is om goederen met korting van invoerrechten uit India te krijgen. Maar hoe zit dit nu precies en wat gaat er nu veranderen? Om die vraag te kunnen beantwoorden is het belangrijk om te weten wat ‘preferentie’ betekent.
Preferentie
Wanneer goederen de Europese Unie binnenkomen moet er in veel gevallen invoerrechten betaald worden over deze goederen. In sommige gevallen kunnen er voorkeursregelingen worden toegepast waarmee aanspraak gemaakt kan worden op een verlaagd tarief van deze rechten. In veel gevallen betekent dit zelfs dat er helemaal geen invoerrechten meer van toepassing zijn. Deze voorkeursregeling wordt ‘preferentie’ genoemd.
Goederen waarvan kan worden aangetoond dat zij hun oorsprong hebben in een land waarop een preferentiële regeling van toepassing is, worden aangeduid als ‘van preferentiële oorsprong’. Goederen van preferentiële oorsprong komen kortgezegd dus in aanmerking voor een verlaagd tarief aan invoerrechten. Een preferentiële regeling kan ontstaan uit het stimuleren van ontwikkelingslanden, vrijhandelsovereenkomsten en het oprichten van douane-unies.
Algemeen Preferentieel Systeem
Het stimuleren van ontwikkelingslanden doet de Europese Unie via ‘Algemeen Preferentieel Systeem’ (APS), dat ook wel het ‘Schema van Algemene Preferenties’ (SAP) wordt genoemd. Landen die in aanmerking komen voor deze stimulering worden ‘begunstigde landen’ genoemd. Begunstigde landen moeten bij verschillende internationale verdragen zijn aangesloten die zien op mensenrechten, arbeidsrechten, het milieu en goed bestuur. Doen zij dit, dan verlaagt de EU haar invoerrechten.
De begunstigde landen blijven begunstigde landen tot het moment dat zij gedurende een periode van drie jaar een dusdanig goed draaiende economie hebben opgebouwd dat zij niet langer worden gezien als een ontwikkelingsland, of wanneer zij zich niet houden aan de bepalingen uit de eerder genoemde verdragen.
APS is unilateraal van aard. Dit betekent dat de bepalingen slechts één kan op werken, namelijk bij invoer in de Europese Unie. Bij preferentie op basis van APS heeft dus alleen het begunstigde land voordelen.
Wie op dit moment goederen in het vrije verkeer brengt vanuit India, maakt mogelijk gebruik van de preferentiële regelingen op basis van APS. De Europese Unie stimuleert hierbij dus de economie van India, zonder dat daar directe, tegenprestaties van Indiase zijde tegenover staan.
Vrijhandelsovereenkomsten
Bij een vrijhandelsovereenkomst zijn ten minste twee partijen aanwezig die voordeel behalen. Wanneer een vrijhandelsovereenkomst tussen twee landen wordt gesloten wordt zij ‘bilateraal’ genoemd. Zijn er drie of meer partijen bij de overeenkomst betrokken, dan is zij ‘multilateraal’.
De Europese Unie heeft momenteel het grootste netwerk van handelsovereenkomsten ter wereld, met meer dan 40 afzonderlijke overeenkomsten met meer dan 70 landen. Deze handelsovereenkomsten hebben als doel om de handel tussen twee of meer landen te bevorderen door vereenvoudigingen en lagere invoertarieven toe te passen.
In sommige gevallen worden handelsovereenkomsten ook gecombineerd met andere overeenkomsten. De Europese Unie heeft sinds Brexit met het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld de ’EU-UK Trade and Cooperation Agreement’ (TCA). Deze overeenkomst ziet niet alleen op de handel tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie, maar ook op de samenwerking bij zaken als rechtshandhaving en justitiële samenwerking in strafzaken, thematische samenwerking en deelname aan EU-programma’s.
Het grootste verschil tussen APS en een vrijhandelsovereenkomst is dat er over en weer afspraken zijn gemaakt. In het geval van de vrijhandelsovereenkomst met India, zullen dus niet alleen India, maar ook de Europese Unie voordeel halen uit de overeenkomst. Een land dat profiteert van preferentiële regelingen op basis van een vrijhandelsovereenkomst, komt – voor zover die overeenkomst van toepassing is – niet ook in aanmerking voor een preferentiële regeling op grond van APS.
In het geval van India komt de vrijhandelsovereenkomst op een strategisch gunstig moment. De Europese Unie heeft namelijk al in september 2025 besloten de APS-regeling voor (delen van) de Indiase export te schorsen, omdat het land, op basis van de exportcompetitiviteit in de afgelopen drie jaar, niet langer als ‘begunstigd land’ wordt beschouwd.
Voor vragen over oorsprong en preferentie kunt u contact opnemen met onze consultants.
