Amerikaanse importheffingen deels onwettig verklaard: onzekerheid blijft voor wereldhandel

De Verenigde Staten stopt met het innen van bepaalde importheffingen nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft geoordeeld dat deze onwettig zijn opgelegd. Tegelijkertijd blijven belangrijke heffingen op staal, aluminium en auto’s van kracht en introduceert de regering-Trump nieuwe tijdelijke wereldwijde tarieven. De uitspraak verandert daarmee de juridische basis van het handelsbeleid, maar neemt de onzekerheid voor bedrijven niet weg.

Hooggerechtshof: president overschreed bevoegdheden

Het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelde dat de president de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) uit 1977 niet mocht gebruiken om brede importheffingen op te leggen. Volgens het Hof ligt deze bevoegdheid primair bij het Congres.

De uitspraak raakt vooral de zogeheten “wederkerige” tarieven die in april werden ingevoerd voor een groot aantal landen, waaronder de Europese Unie. Deze heffingen varieerden tussen de 10 en 50 procent en werden gerechtvaardigd met een beroep op economische noodmaatregelen.

Het agentschap voor douane en grensbewaking (CBP) heeft inmiddels aangekondigd dat de betreffende tariefcodes worden gedeactiveerd. Over mogelijke terugbetalingen aan importeurs is nog geen duidelijkheid.

Niet alle heffingen verdwijnen

Belangrijk is dat de uitspraak niet geldt voor alle Amerikaanse importheffingen. Tarieven op buitenlands staal, aluminium en auto’s blijven bestaan, omdat deze op andere wettelijke grondslagen zijn gebaseerd.

Daarnaast kondigde de regering vrijwel direct nieuwe maatregelen aan: een tijdelijke wereldwijde heffing van maximaal 15 procent, met een looptijd van maximaal 150 dagen. Bepaalde kritieke mineralen, landbouwproducten en specifieke voertuigen worden hiervan uitgezonderd.

Dit onderstreept dat het handelsbeleid inhoudelijk niet fundamenteel verandert, maar juridisch anders wordt vormgegeven.

Economische impact: schade al grotendeels aangericht

Hoewel sommige heffingen worden stopgezet, is de economische impact van het afgelopen jaar al zichtbaar. Bedrijven hebben hogere kosten doorberekend, toeleveringsketens verlegd en productie verplaatst naar andere landen. Deze aanpassingen zijn vaak kostbaar en moeilijk terug te draaien.

In plaats van productie grootschalig terug te brengen naar de VS, zijn handelsstromen vooral geografisch verschoven. De beoogde structurele veranderingen in handelsbalans en binnenlandse productie zijn daardoor beperkt gerealiseerd.

Nieuwe fase van handelsbeleid

De uitspraak van het Hooggerechtshof beperkt één specifiek instrument, maar niet de bredere strategie om importheffingen als economisch beleidsmiddel te gebruiken. Alternatieve juridische routes blijven beschikbaar, bijvoorbeeld via nationale veiligheidsargumenten of specifieke handelsonderzoeken.

Dit betekent dat het tempo van nieuwe maatregelen mogelijk afneemt, maar de onzekerheid voor internationale bedrijven blijft bestaan. Beleidswijzigingen zullen waarschijnlijk formeler en juridisch complexer worden, maar niet verdwijnen.

 EU wacht verdere stappen af

De Europese Unie reageert voorzichtig en analyseert de uitspraak. Het bestaande handelsakkoord tussen de EU en de VS valt niet onder de uitspraak en blijft dus van kracht. Stabiliteit en voorspelbaarheid in de trans-Atlantische handelsrelatie blijven voor bedrijven essentieel.

Conclusie

De uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof markeert een belangrijke juridische grens voor presidentiële handelsmaatregelen. Tegelijkertijd laat de snelle invoering van nieuwe tarieven zien dat importheffingen een kerninstrument blijven binnen het Amerikaanse handelsbeleid.

Voor bedrijven betekent dit dat de risico’s rondom tarieven niet verdwijnen, maar transformeren. De focus verschuift van plotselinge beleidswijzigingen naar een langduriger en politiek gedreven proces van handelsmaatregelen.